Historie
In de periode van
624 tot 543 vóór Christus leefde er een wijsgeer
met de naam Thales van Milete, die in een bepaald
jaar zeer goede verwachtingen van de olijfoogst had.
Hij kocht optierechten op de olijfpersen in de
omgeving, en verkocht deze later met grote winst aan
de olijfboeren. Hij was de eerste optiebelegger uit
optie
optie
is dus al erg oud.
Begrippen
Wellicht hebt U ooit
eens een huis willen kopen. Het leek U wel wat, maar
U kon of wilde nog niet beslissen. Maar U wilde ook
niet het risico lopen dat een ander het intussen
optie
optie
op het
huis. U kreeg het recht om het huis tot een bepaalde
datum te kopen. Vaak wordt daarbij ook een prijs
genoemd, soms ook niet. Maar wel die datum. Want een
optie
optie
heeft een eindig leven.
Wat we het dus over hebben is een recht.
Niet meer, maar ook niet minder. En dat recht kunnen
we uitoefenen (door het huis te
kopen), maar we kunnen het ook laten voor wat het is
en naar een andere woning uit gaan kijken. We oefenen
het recht dus niet uit.
optie
optie
is daarmee wel ongeveer duidelijk.
Een wat formelere omschrijving kan dan de volgende
worden:
Een gekochte optie is een recht
om op een bepaalde datum een goed te kopen of
te verkopen tegen een van te voren afgesproken prijs.
We zien in deze beschrijving een paar punten die nog
nadere aandacht verdienen. Zo zien we zien daar de
datum in terug waarop het recht uitgeoefend kan
worden. Deze datum heet de uitoefendatum, of ook wel de expiratiedatum of exercisedatum. De tijd die verstrijkt tussen de
uitoefendatum en de datum van vandaag wordt de looptijd genoemd.
optie
optie
altijd een bepaald goed. Dit
goed noemen we de "onderliggende waarde". Voorbeelden zijn
ondermeer aandelen, obligaties en vreemde valuta.
We kunnen deze onderliggende waarde kopen of verkopen.
Dat houdt in dat we twee soorten opties kennen,
namelijk kooprechten en verkooprechten. De opties met
kooprecht noemen we CALL optiesoptie
optie
met
verkooprecht is de PUT optie. In de praktijk kortweg CALL
en PUT.
Een verkochte
optie is een plicht om op
een bepaalde datum een goed te verkopen
of te kopen tegen een van
te voren afgesproken prijs.
Het voornaamste
onderscheid is dus
call opties: deze
geven de koper het recht om iets te kopen.
put opties: deze geven de koper het
recht om iets te verkopen
Een
samenvatting van de eigenschappen
Erg
belangrijk is natuurlijk de afgesproken prijs
waartegen de onderliggende waarde gekocht of verkocht
wordt. Deze "uitoefenprijs" of
exerciseprice staat vast.
Er wordt ook gesproken van een "gekochte optie".
Dat betekent dus dat we er geld voor betaald hebben.
Dit geld wordt de "optiepremie", of kortweg "premie"
genoemd.
Over het algemeen worden de opties door particuliere beleggers gekocht: zij kopen calls opties indien men optimistisch is en putopties indien zij verwachten dat de beurskoersen zullen dalen. De professionals (market makers en institutionele beleggers) verkopen juist opties. Zij gaan daarbij verplichtingen aan om de onderliggende waarde te leveren indien de koers boven de uitoefenprijs komt, in het geval van callopties. In het geval van put opties moeten zij leveren als de prijs onder de uitoefenprijs komt. De professional moeten hun risico afdekken. Indien de aandelenkoersen daadwerkelijk gaan stijgen en de waarde van callopties toeneemt dan kopen ze voortijdig de aandelen in die ze mogelijk moeten gaan leveren.
Samenvattend: